In 2017 heeft de virtuele energiecentrale Next Pool 1,35 GW extra geaggregeerd, waarmee ze een totale capaciteit van 4 GW bereikte. Eind 2017 vertegenwoordigt dit een stijging met 50 % in vergelijking met de portefeuille van een jaar geleden. De Next Kraftwerke-groep, waarvan Next Kraftwerke Belgium een dochterbedrijf is, versterkt aldus zijn positie als beheerder van een van de grootste virtuele energiecentrales van Europa. Zowat 1 GW van de portefeuille komt van Duitse activa, terwijl de overige 350 megawatt samengebracht werden door de zeven Europese dochterbedrijven van de groep.

Jochen Schwill, medeoprichter & ceo: “Die ontwikkeling toont aan hoe goed wij in de markt verankerd zijn. 2018 belooft een nog sterker resultaat.” Die sterke groei van de portefeuille liet zich optekenen in een voor Next Kraftwerke bewogen jaar. In mei laatstleden kondigde Next Kraftwerke aan dat Eneco - Nederlandse producent van hernieuwbare energie - een minderheidsaandeel van 34 % kocht in het bedrijf. Deze investering heeft Next Kraftwerke toegelaten om te blijven groeien en om zijn marktpositie in Europa te versterken. In juli heeft Next Kraftwerke de laatste aandelen van Energie365 in Nederland verworven en zo de overname van deze Nederlandse start-up afgerond. Bovendien heeft Next Kraftwerke de Italiaanse markt en de Zwitserse reservevermogenmarkt betreden. Vandaag is Next Kraftwerke aanwezig in acht Europese landen als verhandelaar van elektriciteit en ook als speler op de reservevermogenmarkten bij de verschillende Europese transmissienetbeheerders. Next Kraftwerke heeft verder contracten ondertekend om 140 GWh elektriciteit te leveren aan industriële klanten.
Jochen Schwill: “Next Kraftwerke zit dus op de rails voor wat betreft de Europese expansie. Onze doelstelling is om de energietransitie te versnellen dankzij de kracht van digitale middelen. Samen met onze klanten hebben we in dat opzicht veel bereikt in 2017.”
Paul Kreutzkamp
Bent u op zoek naar aanvullende informatie over Next Kraftwerke Belgium? Neem contact op met Paul Kreutzkamp.
